Oostersch Leven - Dr H.Th.Obbink - 1ste deel 1914
Een der meest noodzakelijke voorwaarden voor het verstaan van den Bijbel is wel de kennis der zeden en gewoonten, der levensvoorwaarden en sociale verhoudingen in Palestina zelf, in den tijd waarin de Bijbelsche verhalen ons verplaatsen.
Doch aan deze kennis, erkent verder het Woord vooraf, ontbreekt nog al heel wat en daardoor is de Bijbel dikwijls onverstaanbaar.
Om mede daarin te voorzien wilde de uitgever een Hollandsche bewerking geven van het in 1913 verschenen Everyday life in the holy land, een werk met tal van gekleurde platen versierd.
En voor die bewerking wendde hij zich tot professor Obbink - wel mede het beste adres hiervoor ten onzent.
Want deze geleerde zag dadelijk dat Neil's werk te typisch Engelsch en ook te apologetisch was.
En zo gaf hij bij de mooie, duidelijke platen van Neil een eigen tekst, waarin een jarenlang bijeenverzameld materiaal voortreffelijk en zelfstandig is bewerkt.
Dit eerste deel verhaalt ons vooral van de dorpsbewoners, de fellâh's en van de bedoeïenen, terwijl we dan zeker in een volgend deel wellicht meer van het leven der stadsbewoners zullen vernemen.
Nu treffen deze beschrijvingen dadelijk door hun frischheid.
Die op haar beurt hiervan een gevolg is dat deze geleerde nooit de dingen van een studeerkamerstandpunt beziet, ja, daarmede soms zelfs een loopje neemt.
Zo, als hij lacht om de onnoozelheid die verkeerd vindt te spreken van een juk ossen, als van een stuk land door een man met één juk ossen in een dag om te ploegen.
Alsof niet onze boeren evenzoo spreken van een ‘dag maaien’ of van een ‘schepelzaad’, en alsof ze dan niet precies weten hoe groot zoo'n stuk land is. (bl. 179).
Soms ook illustreert hij het Oostersche leven door er op te wijzen in welk opzicht het van het onze verschilt.
‘Jachtwetten, hetzij tot be scherming van het wild, hetzij tot bescherming der jagers, kent men in Palestina niet, zooals in Nederland, waar wel het wild en de jagers wettelijke bescherming ondervinden, maar de boeren, van wier vruchten en arbeid de dieren leven, nog altijd onbeschermd staan tegen overlast van wild en jagers’ (bl. 202).
In het begin beschrijft hij ook de kleeding der stadsbewoners en voegt daar dan bij: ‘Een der schrikkelijkste
martelwerktuigen van het Westen, het corset, heeft nog zoo goed als geen ingang gevonden’ (bl. 28).
Zo ook verhaalt hij dat de bedoeïen tijden van overvloed kent in zijn sober leven, nl. in den tijd dat de kameelen ‘nieuwmelkt’ zijn geworden - en geeft ons door dat ééne dialect-woord ‘nieuwmelkt’ ineens een intiem kijkje in hun leven.
Op deze wijze heeft deze geleerde zijn goed-beheerscht materiaal weten te gebruiken om ons daarmede te geven een populair boek in den besten zin des woords.
Harde kaft - 216 pag - 1914 - ( 711 gram - 2,6 cm dik ) - Callenbach Nijkerk
In goede staat
Om contact met de adverteerder op te kunnen nemen, dient u ingelogd te zijn. Maak hieronder een account aan of log in.
De tweede brief aan de Korinthiers - M.G. de KoningJe bent jong in het geloof. Je weet dat je, om in het geloof te groeien, in de Bijbel moet lezen. Je zou ook graag willen begrijpen wat je leest. Dit boek is geschreven als een ...
Zien in de toekomst - J Kamphuis - 1979In dat boekje publiceerdt prof. Kamphuis een brief van prof. K. Schilder, in 1943 geschreven aan studenten te Kampen. Met die brief reageerde hij op vragen van die studenten en gaf hij daarmee ...
De werkers van het laatste uur - Stefan PaasDe inwijding van nieukomers in het christelijk geloof en in de christelijke gemeente.Een aantal jongeren volgt enthousiast een Alpha-cursus, maar hun kringgenoten zien er tegenop om ze mee te ...